Een goede strategische visie, mooie jaarcijfers, een acceptabele accountantsverklaring, goede ratio’s en een enthousiaste bestuurder. Veel blijer kun je als lid van de Raad van Toezicht of Raad van Commissarissen niet worden toch…? Maar hoe gaat het nu echt? Lukt het de raad de vinger op de zere plek te leggen? Is het toezicht effectief?
Toezichthouden is een lastig vak. Als lid van een raad, ken je de andere leden soms maar beperkt. Je ziet elkaar eens in de twee maanden. Je beschikt nooit over alle informatie en als je elkaar ziet, wordt het grootste deel van de tijd opgeslurpt door reguliere bespreekpunten zoals de actiepuntenlijst, de kwartaalrapportage en de voortgang van het verduurzamingstraject.
Goed toezicht vereist naast de ‘hard controls’ nog meer. Het vergt ook soft skills, het vraagt om sensitiviteit. Deze sensitiviteit is in de eerste plaats nodig voor je eigen informatiepositie: sensitieve waarneming. Het helpt om inzicht te krijgen in hoe de hazen lopen. Om tussen de regels door te lezen wat er niet staat. Om signalen op te vangen en om het speelveld te doorgronden. Wie meer inzicht heeft, kan risico’s eerder traceren en betere afwegingen maken.
Daarnaast is sensitiviteit vereist bij je eigen handelen. Denk hierbij aan de omgang met elkaar binnen de raad. Is er een open houding? Wordt er geluisterd? Is er oog voor ieders beweegredenen? Even goed geldt dit voor de benadering van het bestuur. Blijven de toezichthouders binnen hun rol? Wordt er niet onnodig op tenen getrapt? Is er respect voor elkaars posities? Naar mate je beter rekening houdt met anderen krijg je meer voor elkaar.
Tot slot is de sensitiviteit eveneens essentieel richting de buitenwereld. Welke trends spelen er? Wie zijn de spelers die er toe doen? Wat zijn de drijfveren van de samenwerkingpartners? Welke belangen hebben de wethouder of de inspectie?
Sensitief toezicht is niet zacht in de zin dat je iedereen met fluwelen handschoenen moet benaderen of dat je een conflict tegen elke prijs moet vermijden. Soms kan het juist nodig zijn om harde noten te kraken. Het gaat er echter om dat naast de informatie die boven tafel beschikbaar is, er permanent oog is voor het informele en voor de onderstroom. Tegen die achtergrond moet je telkens bewust afwegen welke inzet het meest effectief zal zijn.
Naast het gebruik van de ‘hard controls’ moet de toezichthouder sensitief waarnemen en sensitief handelen. Dit vergt zorgvuldig balanceren, inlevingsvermogen en het besef dat er altijd meer is dan wat je direct hoort en ziet.